|

Floris
Vink Kloos
Teuntje Opstelten
1810-1892
1811-1887
FLORIS
KLOOS ALS MOLENBOUWER
(Ad
Korpel)
Bommelerwaard
In
1810 het jaar dat Nederland bij Frankrijk word ingelijfd, vindt op de
achtste januari van dat jaar in Ameide de geboorte plaats van Floris
Vink Kloos. Hij is de zoon van Floris Kloos en Regina Magdalena van
Haarlem. Bij zijn geboorte krijgt hij vóór zijn achternaam de naam
‘Vink’ toegevoegd. Deze naam is de achternaam van zijn oma Lijsje
Vink, die met zijn opa Tieleman Kloos is getrouwd. In die tijd is het in
bepaalde kringen wel gebruikelijk om zich een dubbele achternaam aan te
meten. Het staat chique! Op latere leeftijd hecht Floris echter geen
enkel belang aan die dubbele achternaam en schaft hem dan ook zelf af.
Al spoedig blijkt dat Floris een goed vakman is en prima kan omgaan met
schaaf, zaag en beitel. In en rond Ameide staan genoeg molens waarop
regelmatig wel wat gerepareerd of veranderd moet worden. Op die manier
begint Floris dus zijn kost te verdienen met het repareren van molens en
raakt hij daarmee volkomen vertrouwd. Op een gegeven moment vertrekt hij
naar de Bommelerwaard. Daar moeten in Aalst drie nieuwe watermolens
gebouwd worden1 . En dat betekent dus ‘brood op de plank’. Hij maakt
daar al spoedig kennis met ene Teuntje Opstelte uit Aalst. Teuntje werd
op 9 maart 1811 te Aalst geboren. Op 3 augustus 1832 treden zij in het
huwelijk te Poederoijen (de gemeente Aalst ging in 1818 op in de
gemeente Poederoijen). In Aalst wordt rond april 1833 hun eerste kindje
Anna Elisabeth geboren. Het kindje leeft echter niet lang. Op 15 oktober
1834 overlijdt het te Alblasserdam.
Alblasserdam
Nu
dan de naam Alblasserdam is gevallen, gaan we niet voor niets onze
pijlen richten op deze plaats. In dit Damdorp, en in de directe
omgeving, heerst grote bedrijvigheid met betrekking tot de scheepvaart.
In 1824 heeft koning Willem I (1772-1843) de Nederlandsche Handel
Maatschappij (N.H.M.) opgericht. Hij doet dit om de Nederlandse handel
op Oost-Indië te stimuleren. Scheepswerven ontvangen van de Staat een
premie van 10% op de bouwkosten van elk nieuw schip. Het betekent een
sterke opleving voor veel scheepswerven en aanverwante bedrijven. Daar
plukt de scheepswerf van Cornelis Smit Jzn
(1784-1858)
in Alblasserdam ook de vruchten van. Deze werf was in 1811 gesticht aan
de boorden van de Noord. Floris Kloos had ook al het één en ander
vernomen van een flinke opleving van de scheepswerven. De drie nieuwe
watermolens in Aalst waren in 1832 gereedgekomen en dus is het werk voor
hem daar gedaan. ‘Daar in Alblasserdam valt voor mij ook wel wat te
verdienen’ mijmert hij. Weliswaar was hij molenmaker van beroep, maar
het vak van scheepsbouwer zal hem ongetwijfeld ook wel lukken. ‘Hout
is hout’ moet hij gedacht hebben. En dat bewerk je, net als bij
molens, met schaaf, zaag en beitel. Hij trekt zijn stoute ‘klompen’
aan en verhuist met vrouw en kind van Aalst naar Alblasserdam. Cornelis
Smit in het Damdorp zit hard verlegen om goede vaklui en een deal is dan
ook gauw gesloten. Floris gaat werken op de scheepswerf van Smit aan het
Cortgene.
Nu
niet als molenmaker, maar als scheepsmaker. Hij blinkt al spoedig uit
als een zeer kundige vakman. Snel leert hij alle kneepjes van het vak
die komen kijken bij het bouwen van houten schepen. Voor het gezin Kloos
komt echter ook een tegenslag. Hun eerste kindje overlijdt immers
spoedig in Alblasserdam
Beukmolen
Toch
komt Floris Kloos niet vrij van zijn beroep als molenmaker. Hij krijgt
van zijn baas Cornelis Smit in 1840 de opdracht voor het bouwen van een
beukmolen, of hennepklopper, op het einde van de wering in de polder
Cortgene te Alblasserdam. Het wordt een achtkante houten stellingmolen
met een stenen onderbouw. Cornelis wil ook in het Damdorp een
zeildoekweverij bezitten. Zijn schoonzoon, de in Oudewater geboren
Cornelis Gijsbertus van der Lee (1815-1898), die met zijn dochter Mergje
Smit (1815-1900) is getrouwd, zal daarvan dan de leiding krijgen. Het is
een industrie, die rechtstreeks verband houdt met de scheepsbouw, waar
alleen houten schepen voor de zeilvaart worden gebouwd. De inrichting
van een dergelijk beukmolen of hennepklopper is vrij eenvoudig. De molen
bevat een aantal stampers, die door een wenteler in beweging worden
gebracht. De stampers vallen neer in een beuk- of stamperblok; een
uitgehold blok van eikenhout, waarin de stengels van de hennepplanten
gestampt en uit elkaar geslagen worden. Door deze bewerking komen de
vezels vrij en deze kunnen, na nog velerlei andere bewerkingen te hebben
ondergaan, gebruikt worden voor het weven van zeildoek en het fabriceren
van touw, wat in de lijnbanen geschiedt. Het beuken doet veel stof
opwaaien. Vandaar dat in het ‘lijf ’ van de molen, het molenlichaam,
grote luiken zijn aangebracht. Tijdens het ‘beuken’ of
‘kloppen’, krijgt het stof dat daarbij ontstaat gelegenheid naar
buiten te ontwijken. In 1902 is het tijdperk voor de beukmolen
afgelopen. De houten achtkanter wordt afgebroken en in 1904 verkocht aan
H. de Jong in Nieuw-Lekkerland. Daar gaat de molen dienst doen als
korenmolen. Later wordt de molen verkocht aan Gondus de Lange. In 1938
wordt de molen ontdaan van de bovenbouw en wieken. In 1984 verdwijnt ook
de onderbouw als gevolg van de dijkverzwaring.
Molen Ons
Genoegen 
Het
leven gaat echter voor iedereen door. Dat geldt ook voor Floris. Hij is
ondertussen een rijzende ster aan het firmament geworden en bevorderd
tot werfbaas. De werkzaamheden op de scheepswerf van Cornelis Smit lopen
echter vertragingen op. De aanvoer van gezaagd hout vanuit Dordrecht
gaat niet meer als vanzelfsprekend en stagneert regelmatig. De zagerij
van ‘Groothandel Hoogstraten’ in Dordrecht, waar de scheepswerf het
meeste hout koopt, kan aan de vraag naar gezaagd hout nauwelijks
voldoen. Om uit deze impasse te geraken nodigt Cornelis zijn werfbaas
Floris Kloos op zijn kantoor uit voor overleg. Cornelis zint op een
houtzaagmolen op zijn scheepswerf, zodat hij niet meer afhankelijk is
van de Dordtse houtzagerijen. Cornelis vraagt hem of hij kans ziet om
ook een houtzaagmolen te bouwen. Als Floris dat bevestigt, verschijnt op
de scheepswerf weldra één van Nederlands mooiste molen, waarvan de
bouw in 1841 begint. Op 21 maart 1842 legt
Cornelis Smit de eerste steen in de zijgevel van de stenen onderbouw van
de molen, die gefundeerd is op een dennenvlot.De houtzaagmolen is een
achtkantige, getailleerde bovenkruier die gedekt is met riet en voorzien
van een stelling. De totale hoogte van de molen bedraagt 29 meter. In de
molen bevinden zich vijf zolders, inclusief de kapzolder.Tot aan de
stelling telt de molen 28 traptreden en tot aan de kap 155 treden. De
wieken maken een vlucht van 24 meter. Verder bezit de houtzager een
prachtige molenbaard met het opschrift:
Anno
1842 F. Kloos – Fecit
Deze
baard is thans in bewaring bij museummolen "De Valk" in
Leiden. Kosten nog moeite worden gespaard om van deze molen een
pronkstuk te maken. Kleine versierinkjes accentueren het geheel, terwijl
de binnenzijde is gevernist. Op de trappen liggen zelfs rode lopers.
Maar deze verdwijnen al snel als volop gewerkt moet worden in de molen.
Op 20 juli 1843 wordt tot ‘veler genoegen’ de houtzager in gebruik
genomen. Aanvankelijk wordt gewerkt met vier zaagramen. In elk raam
kunnen maximum 25 zagen geplaatst worden. Later, in 1900, komen er op
bovenliggende verdiepingen nog twee zaagramen bij. Daarmee gaat de
scheepswerf ook hout zagen voor andere bedrijven.
Molen
Weltevreden 
Aangelokt
door het enorme succes van houtzaagmolen "Ons Genoegen" in
Alblasserdam, voelt Houthandel Boogaerdt in Krimpen aan de Lek er veel
voor om zijn oude houtzaagmolen "De Karper" (uit + 1723) ook
door een moderne houtzager te vervangen. Meindert Boogaerdt, eigenaar
van de houthandel, neemt hierover contact op met Floris Kloos en een
koopcontract is dan al snel gesloten.
Op
10 juni 1845 legt A.A. van der Linde de eerste steen. De stellinghoogte
van de molen bedraagt 12,5 meter en de vlucht van de wieken 22,2 meter.
De molen heeft een vierkante stenen onderbouw waarin het zagen van hout
plaatsvindt. Op 20 augustus 1910 breekt echter brand uit in de bovenbouw
en moet de houtzager als verloren worden beschouwd. Nadien wordt in de
vierkante stenen onderbouw een stoomhoutzagerij gevestigd.
In
1842 bouwde FLORIS KLOOS de imposante houtzaagmolen 'Ons
Genoegen' voor CORNELIS SMIT (de Oude Werf).
Op de gedenksteen in de zijgevel stond:
"De
legger van de eerste steen
Der stichter kunde niet alleen
Maar tevens onvermoeid in streven
Om aan vele handen werk te geven
Der maatschappij een nuttig lid
Dat is de Heer Cornelis Smit"
De
balken werden met kettingen de molen ingetrokken en verwerkt met 6
houtzaagramen.
In
1843 kocht bij een driehoekig stuk grond aan de Kinderdijk, aan de
westkant van Jonker en vestigde zich aldaar als molenbouwer en
scheepsbouwer. De houtzaagmolen van de vroegere houthandel VAN
HAAFTEN, werd door KLOOS gebouwd. Intussen was er
een grote opleving gekomen bij de scheepswerven en achtte de heer KLOOS het
blijkbaar lucratiever om van de molenbouw af te stappen en zelf de
vervaardiging van houten schepen ter hand te nemen.
De
laatste molen die Floris Kloos bouwt is houtzager "De Jonge Willem",
eveneens te Alblasserdam, in de buitendijkse polder Rapenburg. Arie
Goedhart (1805-1883), die getrouwd is met Zeligje Ooms (1803-1885),
werkt onder de firmanaam ‘N.V. De Amstel’ als houthandelaar. Als hij
ook van de successen van de houtzaagmolens van Floris Kloos verneemt, is
de keus dus al snel gevallen. Goedhart wil echter ook nog een
‘graantje’ meepikken en daarom wordt zijn molen een gecombineerde
molen. Eén molen voor het zagen van hout en tegelijkertijd ook voor het
malen van graan. Het wordt een forse achtkantige houten stellingmolen.
Boven is de molen ingericht als korenmolen met twee koppels maalstenen.
Onderin de molen is een aftakking gemaakt die vier zaagramen aandrijft.
In 1854 is de molen gereed voor ingebruikstelling. Men noemt deze molen
dan "De Jonge Willem", naar een zoon van Arie Goedhart en
Zeligje Ooms, die op 25 augustus 1840 het levenslicht zag. In 1919 wordt
de houtzagerij overgedaan aan houtzagerij Klaver en Van der Hoogt. Ten
slotte koopt in 1925 Cornelis Fop Smit (1902-1945) de molen op voor
uitbreiding van de NV Zuurstoffabriek "De Alblas" en vindt
sloop plaats.
Floris Kloos
verzet de bakens
Floris
heeft het nu wel gezien wat betreft het bouwen van molens. Hij richt
zijn pijlen nu op een andere ambitie; zelf schepen gaan bouwen. Nog
voordat zijn laatste molen is voltooid koopt hij daartoe in 1843 een
driehoekig stuk buitendijkse grond in de Kinderdijk. Hij koopt dit van
zijn eigen baas scheepsbouwer Cornelis Smit. Dat stuk grond moet
uiteraard eerst opgehoogd worden en dan nog eens inklinken. Vervolgens
moeten nog verschillende hindernissen genomen worden (precariorechten,
etc.). In 1849 kan dan eindelijk de kiel gelegd worden van zijn eerste
schip, de bark ‘Nijverheid’, dat in 1851 zijn eerste reis maakt. Het
gaat Floris Kloos alles voor de wind met zijn windzeilers. Later
schakelt hij over op ijzeren rivierstoomboten en vervolgens op
riviersluizen, bruggen, spoorwegmateriaal, enz.. Als op 5 april 1862 het
aantal raadsleden in Alblasserdam van zeven op elf wordt gebracht,
treedt Floris Kloos ook toe tot de gemeenteraad. Bij zijn toelating
ontstaan echter moeilijkheden, omdat volgens het geboorte-extract de
juiste naam ‘Floris Vink Kloos’ is. Hoe dit probleem verder wordt
opgelost, blijft in het ongewisse. Hij komt er echter wel mee in de
raad. In de slaapkamer zit Floris ook niet stil. In Alblasserdam worden
gedurende zijn tijd nog tien kinderen geboren. Zoons volgen hem later op
in het bedrijf. Op 7 januari 1887 komt Floris zijn vrouw te overlijden
en goed vijf later, op 22 februari 1892, Floris Kloos zelf. In
Alblasserdam wordt nadien een straat vernoemd naar Floris Kloos, n.l. de
‘Kloosstraat’.
Het vervolg
van molen "Ons Genoegen"
De
geschiedenis van houtzaagmolen "Ons Genoegen" is echter
voorlopig nog niet ten einde. Nadat ook op de werf van Cornelis Smit
(1784-1858), die ondertussen al is overgegaan op zijn achterkleinkind
Jan Smit Czn (1882-1948), het bouwen van houten schepen tot het verleden
is gaan behoren, is de molen zo goed als buiten werking. In 1942 waren
nog slechts 3 zaagramen in bedrijf. De molen, het stokpaardje van de
scheepswerf, wordt echter nog wel goed onderhouden. Dat levert de
eigenaar Jan Smit Czn een certificaat op van ‘De Hollandsche Molen’.
Op 7 oktober 1948 komt Jan Smit Czn te overlijden en breekt voor de
molen een onzekere tijd aan.
Cornelis
Verolme (1900-1981)
Op
6 september 1951 koopt wereldscheepsbouwer Cornelis Verolme (1900-1981)
de werf op en gaat deze grondig vernieuwen en verder uitbreiden. Plaats
voor houtzager ‘Ons Genoegen’ is er dan helaas niet meer bij. Op 12
september 1951 vraagt Verolme toestemming aan de gemeente Alblasserdam
om de molen te mogen slopen. Protesten van molenliefhebbers en de
molenstichting zorgen er uiteindelijk voor dat Verolme de molen aan de
‘De Hollandsche Molen’ schenkt om die dan elders weer op te bouwen.
De Hollandsche Molen accepteert het geschenk en gaat ijverig op zoek
naar een gemeente die de molen wil hebben en onderhouden. Dat valt om de
drommel niet mee! In juni 1952 heeft "De Hollandsche Molen"
eindelijk een serieuze kandidaat gevonden: Haarlem. Op 22 oktober 1952
wordt de houtzager door molenmaker Klaas Jongejans gedemonteerd en
tijdelijk opgeslagen op het terrein van Kloos Kinderdijk.
Haarlem
"De
Adriaan"
De
stad Haarlem ziet in de houtzaagmolen ‘Ons Genoegen’ uit
Alblasserdam een prachtige vervanger van de oude en beroemde molen ‘De
Adriaan’ aan het Spaarne. Deze korenmolen2 brandde op 23 april 1932
geheel af. Als oorzaak werd kortsluiting in het benedendeel bij de
maalstoelen genoemd. Zo verhuist molen ‘Ons Genoegen’ op 20 mei 1954
in onderdelen van Kloos Kinderdijk naar Haarlem. Daar onder een
asbestdakje bij de N.V. Scheeps- en werktuigenfabriek Conrad Stork gaan
de onderdelen dan wachten op de dingen die ongetwijfeld eens zullen
komen. De stad Haarlem komt echter maar niet toe aan herbouw. Er zijn
teveel obstakels die genomen moeten worden en het benodigde geld krijgt
men niet bij elkaar. Verolme wil zijn houtzager daarom weer terug en hem
als ontvangstruimte gebruiken bij zijn werf op Rozenburg. Dat meldt
Verolme tijdens de tewaterlating van een tanker op 12 november 1959.
"De Hollandsche Molen" zegt echter: ‘Eens gegeven, blijft
gegeven’. Zo verandert er dus voorlopig niets: ‘Ze dronken een glas
en deden een plas en alles bleef zoals het was’.
Uitgeest
(De Kat)
Maar
dan …. Op 7 september 1971 breekt plots brand uit op poldermolen ‘De
Kat’ in Uitgeest. Rietdekkers zijn bezig met het aanbrengen van een
nieuwe rietlaag op de molen. Tijdens het verbranden van het oude riet,
wat te dicht bij de molen gebeurt, zorgen overwaaiende vonken voor deze
catastrofe. Al zeer spoedig is een actiecomité gevormd om de molen weer
op te bouwen. Men komt aan de weet dat in Haarlem een molen in
onderdelen ligt opgeslagen, die afkomstig is uit Alblasserdam. Om een
lang verhaal kort te maken; van de onderdelen van houtzager ‘Ons
Genoegen’ wordt molen ‘De Kat’ weer opgebouwd. Eind 1973 is de
molen gereed en kan de voorzitter van "De Hollandsche Molen",
mr. P.J. Mijksenaar, de molen feestelijk in gebruik nemen.
Eerste
opdrachten voor Floris Vink Kloos:
De
eerste opdracht was de sluisdeuren in het Noordhollandskanaal in 1866
Verder
bouwde hij spoorbruggen, hoogspanningsmasten enz enz.
In
1923 kregen ze de spoorweg afdeling
21-09-1953
overlijdt op 60 jarige leeftijd Dhr AJ Prins Visser (Directeur)
Op
01-05-1962 Ir R Vellema benoemd tot adjunct directeur bij Kloos
Kinderdijk.
Op
28-04-1967 Ir A van Aalst, directeur van Kloos Kinderdijk,
ontvangt de onderscheiding van officier in de orde van Oranje Nassau.
Op
23-05-1973 HM Conijn trekt zich terug als directeur, in oktober 1969
volgde hij Ir van Aalst op.
14-06-1973
dhr A van der Steen is benoemd toto directeur, hij volgde hiermede dhr
H.M.Conijn op die 23-05-1973 aftrad.
In
1977 kwam er een fusie met Hollandia te Krimpen aan den IJssel.
In
1985 ging het bedrijf verder onder de naam Mercon Kloos Holding BV
Bronnen:
125 jaar Kloos Kinderdijk. 1843-1968 Alblasserdam 700 jaar. 1299-1999
Alblasserdam’s heden en verleden. Ir. P. Boersma, 1939 DTB-bestand
HVWA Houtzaagmolen ‘Ons Genoegen’. A. Korpel, 1987 Krimpen door de
eeuwen heen. L. Boon, 1984 Molenbestand De Hollandsche Molen Winkels en
bedrijven van Alblasserdam. 2006 Zo was het vroeger. G. Vos, 1982
Historische vereniging Ameide Tienhoven. https://www.molendatabase.nl
http://www.scheepsbouw-alblasserdam.nl/kloos.html
/ https://www.ameide-tienhoven.nl
|